Niets doen is ook een keuze
Sinds februari hebben we in Nederland een kabinet onder leiding van een premier die campagne voerde met het bouwen van tien nieuwe steden. D66-leider Jetten lanceerde zijn ambitieuze plan tijdens de verkiezingscampagne en dat leidde direct tot gefronste wenkbrauwen: ‘Totaal onrealistisch’. [1] ‘Een vergezicht zonder doorwerking’. [2] Of ‘complex en tijdrovend.’ [3]
We hebben het in Nederland niet zo op grootse, meeslepende visies. Jettens ambitieuze plan werd afgeserveerd als abstracte luchtfietserij in vergelijking met kortetermijnoplossingen die wel realistisch zijn. Zelfs visiestukken als de Ontwerp-Nota Ruimte zijn vooral consensusstukken en bevatten opvallend weinig visie. Inhoudelijk degelijk en analytisch goed onderbouwd, maar ook het resultaat van een bijna onmogelijke missie: iedereen tevreden houden door alles een beetje te doen. En uiteindelijk schieten we daar niet zoveel mee op.
Drie hoogleraren van de TU Delft pleiten er in een recent artikel voor dat we rigoureus anders na moeten gaan denken over bouwen en wonen. [4] Daarbij zullen we anders met onze ruimte moeten omgaan: alle claims en eisen passen simpelweg niet meer. In plaats van meer en groter moet het anders, beter, mooier. Want als we de woningnood oplossen door alleen huizen te bouwen, laten we onze (klein)kinderen achter met kale wijken die er overal hetzelfde uitzien en waar samenleven alleen achter de voordeur plaatsvindt.
Een buitengewoon fijne wijk is namelijk zoveel meer dan een aaneengeschakelde serie van huizen. In een fijne wijk is ruimte om veilig buiten te spelen, te sporten en elkaar te ontmoeten, en zijn er voorzieningen die dat mogelijk maken. En net daar knelt de schoen. Want terwijl het aantal inwoners groeit, stijgt het aantal sport- en beweegvoorzieningen niet evenredig mee.


